Foto: New Old Stock

Foto: New Old Stock

Elke dag gaat nu de televisie aan bij ons thuis. De Tour de France is begonnen. Ik begrijp niet hoe die mannen het doen. Elke dag stappen ze weer opnieuw op de fiets. Drie weken lang. Bij goed en slecht weer, of ze een slechte of een goede dag hebben. Elke dag. Opnieuw.

Ik vraag me af wat hun eerste gedachte in de ochtend is, net nadat ze wakker geworden zijn. Wat denken ze voordat ze weer op de fiets stappen om de hele dag keihard af te zien?

Op maandag is Laurens ten Dam tijdens de etappe gevallen. Hard. Zijn schouder ging uit de kom, het moest heel veel pijn doen. Hij is toch weer op zijn fiets gestapt en doorgereden. De dag daarop, net voor het begin van de volgende etappe, zegt hij:

Een kasseienrit is het slechtste dat je kunt hebben. We zien het wel. Ik moet eroverheen. Ze liggen aan het eind, dus dat is een voordeel. Ik moet de finish halen en een paar dagen overleven. Als dat lukt, is er weer perspectief.

Hè? Serieus? Maandag kon hij nog zijn vlees niet zelf snijden en dinsdag zegt hij vrolijk dat hij zijn “pappie zelf kon oplepelen”. Ik ben echt onder de indruk hoe veel die mannen kunnen weerstaan. Ik heb bewondering voor hun doorzettingsvermogen.

Ik wil van ze leren. Elke dag weer opnieuw positief aan de dag beginnen. Elke ochtend weer de mogelijkheden zien, alles in perspectief te kunnen plaatsen. Nieuwe dag, nieuwe kansen – als je maar met een positieve gedachte begint.