Om kwart voor negen deed ik gisteren mijn ogen open. Ik bleef nog even liggen en dacht aan de dag die net begonnen was. Ik zou koffie drinken met Miranda en daarna thuis achter mijn computer kruipen en schrijven to mijn vingers bloedde. Ik lag daarover te denken toen de telefoon ging.

“Zou jij vanmiddag in Bloemendaal kunnen werken?” Ik zuchtte zacht. “Tuurlijk wil ik dat.” En ik meende het ook. Ik wist alleen dat van het schrijven niets meer komt. En ik schrijf al een langere tijd niet, want ik kan mijn ritme nog steeds niet vinden. Ik weet niet waar ik per week aan toe ben en dat zorg voor een sort blokkade in mijn hoofd.

Gisteren is het ook zo een dag geworden waarop alles uit mijn handen viel. Zo een dag waarop ik blij was dat ik mezelf niet gesneden of verbrand heb. Zo een dag waarop ik blij was dat ik niet van mijn fiets gevallen ben. Je weet wel. Zo een dag.

En toen kwam de telefoontje waarop ik sinds de ochtend al wachtte. Ik heb vaste uren bij de bieb gekregen! Ik ben hier zo ontzetten blij mee. Naast mijn vaste zondag in Heemstede, ga ik ook nog een paar dagen in Hillegom en (nomen omen) in Bloemendaal werken.

Structuur, stabiliteit, zekerheid en rust in mijn kop. Alles is er. Geen smoesjes meer om niet te schrijven. Geen storingen. Alles valt op zijn plaats.