Lezen en schrijven in het Nederlands

Elke keer als is een boek in het Nederlands lees wil ik meer in het Nederlands gaan schrijven. Ik voel een soort gemis, een leegte die ik direct wil gaan opvullen. Schrijven in het Nederlands voelt vrijer dan in het Pools, zelfs misschien iets vrijer dan in het Engels. Is dat omdat niemand van mijn familie en vrienden deze taal verstaat? Of misschien omdat ik geen behoefte aan zelfcensuur heb als ik in het Nederlands schrijf?

Mijn relatie met de Nederlandse taal is moeilijk. Nee, het is niet mijn relatie met de taal die moeilijk is, het is de relatie van de Nederlanders met de tweede taal sprekers die moeilijk is. Ik heb zo vaak gehoord dat iets niet kon doen omdat ik met een accent spreek dat ik ging geloven dat ik helemaal geen recht had om me in het Nederlands publiek uit te drukken.

Nog steeds vind ik het moeilijk om in het openbaar in het Nederlands te praten. Zelfs voor de collega’s staan en iets vertellen vond ik moeilijk. En alles omdat ik in mijn eerste jaren in Nederland een paar mensen tegenkwam die mij duidelijk probeerden te maken dat mijn manier van spreken niet welkom was in dit land.

Ik woon nu 16 jaar in Nederland, 15 daarvan spreek ik Nederlands. En hoewel ik me in deze taal helemaal thuis voel, toch vraag ik me elke keer af of ik met mijn accent en eventuele taalfouten de ruimte mag innemen.

Ik vind het niet leuk van mezelf. Ik vind dat ik meer zichtbaar moet zijn. Door mezelf schuil te houden maak ik het niet beter. Verschillende accenten normaliseren is wat we nodig hebben. En daarvoor is het nodig om meer van verschillende accenten in de publieke ruimte te horen.

Ik zal met het schrijven beginnen, maar misschien hoor je mij binnenkort ook.